Getijden
D
De zee kent eb en vloed. Een jaar telt vier seizoenen. De kringloop van het leven toont zich overal. Ook in de dag, die zijn tijden heeft: ochtend, middag, avond, nacht. Het zijn bewegingen die altijd doorgaan en zoals eb en vloed onstuitbaar zijn en zoals de seizoenen komen en gaan, zo wil ook het gebed door ons heengaan, in een eeuwige beweging, eindeloos, zonder ophouden. De gebedstijden markeren momenten van overgang; de dag vloeit over in de nacht, de nacht in de stille tijd, stille tijd in arbeid, enzovoort. Bij die momenten staan we in de kerk even samen stil, met een kort of lang gebed. Zo wordt heel de dag heilig. Heel de dag, heel je hart.
Aan de hand van enkele eerste citaten, willen we je kennis laten maken met wat er vanuit de traditie over de getijden gezegd wordt. De citaten leiden je verder naar de bronteksten.
Niets mag boven het Werk Gods gesteld worden. In de viering van het getijdengebed vervult de communiteit, in eenheid met de Kerk, de priesterlijke dienst van Christus: een offer van lof aan God en voorspraak voor het heil van heel de wereld. De liturgie der getijden is een leerschool in het ononderbroken gebed en een uitnemend bestanddeel van de monastieke levenswijze. C.19
Lees de hele brontekst