Sporen van monastiek leven

Het christelijke monastieke leven heeft ongeveer vanaf de derde eeuw na Christus sporen nagelaten in oude geschriften. Hier laten we er iets van zien, in de hoop dat er een paar kruimels tussenzitten voor jou, zodat ook jij wellicht iets op het spoor komt…

Cassianus

(4-5e eeuw)
1.Voortdurend God aanhangen, Hem onafgebroken beschouwen op de manier die gij zegt, dat is voor een mens in het zwakke vlees onmogelijk. Maar wij moeten weten waar wij de aandacht van onze geest op gevestigd moeten houden, op welk oogmerk wij de blik van onze ziel telkens weer moeten richten. Heeft onze geest hieraan weten vast te houden, laat ons dan verheugd zijn; is hij ervan afgeleid, treuren en zuchten wij dan. En telkens wanneer wij bemerken dat onze blik daarvan is afgewend, moeten wij beseffen van het hoogste goed te zijn afgeweken; en zelfs maar een ogenblik aflaten van de beschouwing van Christus moeten wij zien als een geestelijke ontucht.
2. Als onze geest daar een weinig van is afgeweken, keren wij dan de ogen van ons hart opnieuw naar Hem en geven wij zo de aandacht van onze geest weer haar juiste gerichtheid. Alles bevindt zich in het verborgene van de ziel. Als dus de duivel er is uitgedreven en de ondeugden er niet meer heersen, dan wordt als gevolg daarvan het rijk Gods in ons gevestigd. Het is zoals de Evangelist zegt: De komst van het rijk Gods kunt ge niet waarnemen. Men kan niet zeggen: Kijk, hier is het, of: daar is het. Want voorwaar Ik zeg u: het rijk Gods is in u  (Lc. 17,20-21).
Lees de hele brontekst

Augustinus

(4-5e eeuw)
Degenen die het gemakkelijkst sober kunnen leven, zullen zich de rijkste mensen achten. Want weinig nodig hebben is beter dan veel bezitten.
Regel van Augustinus 3,5 (18)
Lees de hele brontekst

Regel van Benedictus

(5-6e eeuw)
8. Laten wij dan eindelijk eens opstaan, gewekt door het woord van de Schrift: "Het is tijd voor ons om op te staan uit de slaap".
9. Onze ogen geopend voor het goddelijk licht, moeten wij met een aandachtig oor luisteren naar wat Gods stem ons dagelijks vermanend toeroept:

10. "Als gij vandaag zijn stem hoort, maakt dan uw hart niet ongevoelig".
Regel van Benedictus, Proloog
Lees de hele brontekst

Bernardus van Clairvaux

(12e eeuw)
Wees verstandig en maak jezelf tot een waterbassin en niet tot een afwateringskanaal. Kijk maar ‘ns naar een afwateringskanaal. Een afwateringskanaal loost het water onmiddellijk zodra het water binnenkomt.  Bij een waterbassin is dat anders. Een waterbassin wacht totdat het geheel vol is. Dan pas begint een waterbassin óver te lopen. Een waterbassin deelt uit van eigen volheid  terwijl het zelf gevuld blijft. Liefde vloeit over. Ze houdt voor zichzelf wat ze zelf nodig heeft. En wàt ze heeft wil ze in overvloed hebben -om rijk te kunnen zijn ook voor anderen.
Kijk naar de bron! Kijk naar de bron zelf van het leven. Laat eerst jezelf vullen. Laat daarna wat de bron je nog méér geeft overvloeien naar anderen. Liefde stroomt over. Je leeg laten lopen is niet wat liefde vraagt. Voor wie kun je goed zijn als je voor jezelf slecht bent? Zie naar de bron van het leven. Vul eerst jezelf zoveel dat je overvloeit naar anderen. Dan zal ik graag genieten van jouw overvloed.
Bernardus van Clairvaux (cisterciënzer abt, 12e eeuw)  Hoogliedpreek 18
Lees de hele brontekst

Guerric van Igny

(12e eeuw)
Beseffen we goed dat de ontvangenis van de Maagd niet enkel een mystieke realiteit is, maar ook een morele draagwijdte heeft. Dit sacrament van verlossing wil ook een voorbeeld geven ter navolging. Als wij de genade van het mysterie aan ons laten voorbijgaan, kunnen we ons de deugd niet eigen maken waarnaar het mysterie verwijst. Aldus belooft zij die God door het geloof ontvangen heeft, ook aan jou, als je gelooft, diezelfde gunst. Dit betekent dat ook jij, als je in geloof het woord dat uit de mond van de hemelse boodschapper is gekomen wilt aannemen, deze God kunt ontvangen die de hele wereld niet vermag te omvatten. Je kunt hem ontvangen in je hart, niet in je lichaam; of beter zelfs in je lichaam, hoewel niet door een lichamelijke act of ingreep, maar toch duidelijk in je lichaam. De Apostel ordonneert immers dat wij God moeten verheerlijken en dragen in ons lichaam (1Kor. 6,20).
Guerric van Igny (cisterciënzer abt, 12e eeuw) Aankondiging preek 2, 4-5
Lees de hele brontekst

Aelred van Rievaulx

(12e eeuw)
Degenen die U liefhebben, rusten in U. En dáár is de werkelijke rust, de waarachtige kalmte, de echte vrede, de werkelijke Sabbat van de geest.
Aelred van Rievaulx (cisterciënzer abt, 12e eeuw) Spiegel van de liefde I,18.52
Lees de hele brontekst

Willem van StThierry

(12e eeuw)
“Zijn linkerarm is onder mijn hoofd en zijn rechter houdt mij omstrengeld”(Hooglied 2,6). Het is de mens die omhelsd wordt, maar tevens gaat die omhelzing de mens te boven. Want deze omhelzing is de Heilige Geest. Die Omhelzing begint hier, om elders voltooid te worden. De ene afgrond roept om de andere afgrond. Die extase is heel wat anders dan een droomgezicht. Dit ene geheim verzucht naar een ander geheim. Deze vreugde verzinnebeeldt een andere vreugde. Deze heerlijkheid is een vooruitgrijpen op de andere heerlijkheid.
Willem van St. Thierry (cisterciënzer abt, 12e eeuw) Uiteenzetting over het Hooglied §132
Lees de hele brontekst

Thomas Merton

(20e eeuw)
Ik weet niet waar ik heen ga. Ik ken de weg niet die voor me ligt. Ik kan niet met zekerheid zeggen waar hij zal eindigen. Ook ken ik mezelf niet echt, en als ik denk dat ik uw wil volg, dan betekent dit nog niet dat ik dat ook werkelijk doe. Maar ik geloof dat het verlangen om U te behagen U in feite ook behaagt. En ik hoop in dat verlangen te leven bij alles wat ik doe. Ik hoop nooit iets te doen zonder dat verlangen.
Als ik dit doe dan weet ik dat Gij mij zult leiden langs het rechte pad, hoewel ik er misschien niets van begrijp. Daarom zal ik altijd op U vertrouwen, ook al lijk ik verloren en in de schaduw van de dood. Ik zal niet bang zijn want Gij zijt steeds bij mij, en Gij zult mij nooit aan mijn lot overlaten om mijn gevaren alleen te doorstaan.
Thomas MERTON, Contemplation in a World of Action
Lees de hele bronteks

Michael Casey

(20-21e eeuw)
"We zijn vergoddelijkt in de mate waarin niets van onze menselijkheid wordt ontkend, veracht of aan voorbij gezien wordt, wanneer niets van wat ons mens maakt verloren is of achtergelaten wordt. Juist zoals Gods Zoon niets achterliet van zijn goddelijkheid gedurende zijn verblijf hier op aarde, zo zullen wij alles in onze levens het eeuwige leven indragen wat werkelijk menselijk is. Moge de menselijkheid van Jezus ons inspireren om onze eigen menselijkheid te accepteren in alle huidige ambiguïteit die daarbij hoort, zodat we door hem en met hem en in hem, op een manier die onze verbeelding te boven gaat, volop mogen delen in zijn goddelijkheid."
Michael Casey (cisterciënzer monnik, 20e-21e eeuw) Voluit goddelijk, voluit menselijk
Lees de hele brontekst

Constitities

(20-21e eeuw)
Het klooster is een school voor de dienst van de Heer. Christus wordt er gevormd in het hart van de monniken door de liturgie, het onderricht van de abt en door het samenleven als broeders. Het woord van God vormt het hart van de monnik en richt zijn leven zodat hij, luisterend naar de Heilige Geest, kan groeien naar de zuiverheid van hart en de ononderbroken memoria Dei (Godsbesef).
Constituties  3,2
Lees de hele brontekst

Vormingsplan

(20-21e eeuw)
Intreden in het klooster is een beslissend moment in de geschiedenis van een leven waarin de roep van Gods eeuwige liefde reeds werd gehoord. Aan de verbintenis van het doopsel wordt aldus een nieuwe vorm gegeven. Het doel van de monastieke weg is een groeiende omvorming van de persoon tot gelijkenis met Christus door de werking van Gods Geest.
Vormingsplan §2
Lees de hele brontekst

zoeken