Bronteksten

Pachomius - Zuiverheid van hart

Fragment uit het leven van Pachomius (292-346)

Theodorus was nog geen zes maanden in het klooster, toen hij met overvloedige tranen bij Pachomius belandde. Deze vroeg hem: "Waarom weent ge?" Reeds vele malen immers had hij er zich over verwonderd bij hem, toch nog maar een beginneling, die geneigdheid tot wenen te zien. Theodorus antwoordde: "O mijn vader, ik wens, dat u mij zegt, dat ik God zal zien; zo niet, welk nut heeft het voor mij, ter wereld te zijn gekomen?" Onze vader Pachomius zei: "Wenst gij Hem te zien hier in deze wereld ofwel in de toekomstige?" Theodorus gaf ten antwoord: "Ik wens Hem te zien in de wereld der eeuwigheid." Onze vader Pachomius zei toen: "Haast u dan de vrucht voort te brengen, die beschreven is in het Evangelie, namelijk: 'Zalig zij die zuiver zijn van hart, want zij zullen God zien.' (Mt. 5,8) En als een slechte gedachte in u opkomt - het moge zijn van haat of boosaardigheid, afgunst, naijver of minachting voor een broeder ofwel ijdele menselijke glorie -, denk dan aanstonds aan die woorden terug en zeg: Als ik aan een van die dingen toegeef, zal ik God niet zien." Sinds Theodorus deze woorden uit de mond van onze vader Pachomius vernomen had, deed hij zijn uiterste best, om in alle nederigheid en reinheid te leven, opdat de Heer zijn wens in vervulling zou laten gaan, Hem te zien in de onveranderlijke wereld.

Terug

zoeken