Bronteksten
Pachomius - De eerste kloosterzusters
Fragment uit het leven van Pachomius (292-346)
Pachomius had een zuster, Maria genaamd, die van haar jeugd af maagd was gebleven. Toen zij over hem hoorde vertellen, ging zij op weg naar het noorden, om hem te TabennĂªsi te bezoeken. Toen Pachomius op de hoogte gesteld werd van haar komst, stuurde hij de portier van het klooster tot haar met de boodschap: "Gij hebt gehoord, dat ik nog leef maar wees niet bedroefd dat gij mij niet te zien krijgt. Wilt ook gij echter deze heilige levenswandel aannemen, om de barmhartigheid van God te verkrijgen, onderzoek dan eerst uzelf nauwkeurig; en zo ja, dan zullen de broeders voor u een huis bouwen en kunt ge u daarin terugtrekken. En ongetwijfeld zal de Heer om uwentwille ook andere vrouwen aantrekken om er met u te leven. Zij zullen dankzij uw toedoen gered worden. Er is immers geen hoop voor de mens in deze wereld, tenzij hij het goede doet, vooraleer het lichaam te verlaten en gevoerd te worden naar de plaats waar hij geoordeeld wordt naar zijn werken." Toen zijn zuster dit hoorde, vloeiden haar de tranen uit de ogen en zij nam het voorstel aan. Zodra Pachomius zekerheid had, dat haar hart uitging naar een goed en rechtzinnig leven, stuurde hij terstond broeders, die voor haar in het dorp, niet ver van zijn eigen klooster, een huis optrokken. De woning had een kleine bidplaats. Na verloop van tijd hoorden velen van deze zuster vertellen, en zij kwamen om bij haar te leven. Zij pleegden moedig ascese met haar, die voortaan haar moeder was en een uitstekende geestelijke leidster tot aan haar dood.