Bronteksten
De liefde
(Thomas Merton)
De hoogste waardigheid van de mens, zijn belangrijkste en bijzonderste kracht, het diepste geheim van zijn mens-zijn, is zijn vermogen om te beminnen. Dit vermogen in het diepste van zijn ziel is het bewijs dat hij in zich het beeld en de gelijkenis van God draagt. In tegenstelling met de andere schepselen die ons omringen, hebben wij toegang tot het diepste van ons bestaan. Wij kunnen binnentreden in onszelf als in een tempel vol licht en vrijheid. Wij kunnen de ogen van ons hart openen en voor het aanschijn van God onze Vader verwijlen. wij kunnen Hem toespreken en zijn antwoord beluisteren. Hij zegt ons niet alleen dat we geschapen zijn om het universum te beheren, maar dat we geroepen zijn tot iets veel hogers. Wij zijn zijn kinderen, geroepen om aan Hem gelijk te worden en in zekere zin om zelf "goden" te worden.
Deze roeping tot kinderen van God betekent dat wij moeten leren beminnen zoals God dit doet. Want God is liefde en door te beminnen zoals Hij bemint, worden wij volmaakt zoals onze hemelse Vader volmaakt is. En geroepen om te beheren en om de wereld die God ons toevertrouwde te verbeteren, zijn we ook bestemd om de mensen en de dingen te beminnen die wij daar vinden.
Deze liefde mag geen louter sentimentele voldaanheid zijn, maar ze moet een levendige geestelijke betekenis hebben, want door Hem worden wij geroepen om de wereld te bevrijden en om te vormen door dezelfde kracht die Christus opgewekt heeft uit de doden. Deze kracht is de eindeloze liefde van de Vader voor zijn Zoon.
De liefde betekent dus niet alleen ons heil, dat wat zin geeft aan ons leven, ze geeft ook zin aan heel Gods schepping. Het is zeker waar dat heel ons leven een deelname is aan deze kosmische liturgie van de "liefde die de zon en de sterren beweegt".
Maar wat is de liefde en hoe komen we ertoe te beminnen als kinderen van God? De liefde is natuurlijk overal, de mens kan niet leven zonder haar. En als iedereen bemint of zich inspant om dit te doen, waarom zijn we dan niet gelukkig en bevrijd door deze blijvende inspanning? Waarschijnlijk omdat alles wat op liefde lijkt het in werkelijkheid niet steeds is.
De echte liefde onderkent men doordat ze de mens helpt om uit zichzelf te treden, om zich te vernieuwen door zijn huidige grenzen te overschrijden. Het doel van de natuurlijke liefde is de mens te laten voortbestaan in de tijd, maar het doel van de geestelijke liefde is nog veel groter: hem in het bezit te stellen van de eeuwigheid. Dit zal hij niet alleen doen door "zijn ziel te redden" als individu, maar door in de tijd het eeuwig Koninkrijk van God te vestigen. Het is de rol van de liefde dit geestelijk Koninkrijk van éénheid en vrede op te bouwen en de mens toe te laten niet alleen de schepping te gebruiken, maar er ook waarlijk de geestelijke meester over te zijn.
Een liefde die ermee tevreden is dat ze de mens de mogelijkheid verschaft om "van het leven te genieten", om zijn dagen te slijten in vrede in een mat comfort, dat is geen echte liefde. Dat betekent geen vernieuwing, geen vooruitgang, geen stap vooruit in de opbouw van het Koninkrijk van God.
De echte liefde zet de mens aan om te handelen, niet door alles naar zich toe te trekken, maar door de verplichting op zich te nemen om zich te overstijgen en groter te worden dan hij is. De echte geestelijke liefde maakt zich meester van het vereenzaamde individu en eist van hem inspanning, offer, de gave van zichzelf. Ze eist dat "men zijn leven verliest" om het terug te vinden op een hoger peil, in Christus.
De echte liefde is een dood en een verrijzenis in Christus en ze vraagt dat alle leden van Christus zich onvoorwaardelijk en volledig zouden schenken aan elkaar en aan de kerk, opdat ze zich zouden verliezen in de wil van Christus en in het welzijn van de anderen, teneinde te sterven aan hun eigen wil en hun eigenbelang en te verrijzen als een andere Christus.
Elke liefde die niet streeft naar deze omvorming, vervult de vereisten niet van een echte geestelijke liefde en heeft bijgevolg niet de kracht om de spiritualiteit van de mens te ontwikkelen en te vereeuwigen.
Thomas MERTON, Contemplation in a World of Action, Doubleday & Company, New York, 1971, blz. 225-234