Bronteksten
Brief 106 Aan Meester Hendrik Murbach
U kunt deze tekst ook in Latijn-Nederlands als pdf downloaden.
(Hendrik, een engelsman, is een magister, een meester (in bijbeltuitleg?) in een van de scholen van die tijd in Engeland. Bernardus schrijft hem om hem naar Clairvaux te trekken. Hendrik treedt in te Clairvaux, en wordt later achtereenvolgens abt van Vauclair, abt van Fountains en tenslotte bisschop van York). De vertaling is genomen uit ‘De vrijheid bevrijd’ (1991) met correcties van André Louf.
1.
Ik ben helemaal niet verwonderd, dat gij nog altijd dobbert tussen wat meezit en wat tegenzit, want ge hebt uw voet nog niet gezet op vaste rots. Zodra ge het onwrikbare voornemen maakt, de geboden van de Heer te onderhouden, wat zal er dan nog in staat zijn u te scheiden van de liefde van Christus? O, als gij eens wist, wat ik u wilde zeggen!
Maar geen oog, o God, heeft gezien buiten U, wat Gij bereid hebt voor degenen die U liefhebben (Jesaja 64,4). Gij echter, broeder, die, naar ik verneem, de profeten leest, verstaat ge wat ge leest? Als ge het begrijpt, zult ge zien, dat Christus de zin en de inhoud is van de geschriften der profeten. Wilt ge Hem vatten, dan zult ge Hem eerder bereiken door Hem na te volgen, dan door over Hem te lezen.
Wat zoekt ge in een woord naar het Woord dat reeds Vlees is geworden. En Het is nog steeds voor onze ogen aanwezig. Het is reeds uit de schuilhoeken der profeten onder de ogen van vissers getreden.
Reeds huppelt het vanaf de nevelige en sombere bergtoppen als een bruidegom naar zijn bruidskamer, naar de vlakke velden van het Evangelie. Wie oren heeft om te horen, kan Hem nu horen roepen in de tempel: ‘Zo iemand dorst heeft, hij kome tot Mij’ (Johannes 7,37), of dat andere woord: ‘Komt allen tot Mij, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u verkwikken’ (Matteüs 11,28). Zijt gij dan bang te zullen bezwijken, terwijl de eeuwige waarheid belooft, u te zullen verkwikken?
Als gij er al zoveel genoegen in vindt, dat troebele water te drinken uit de wolken des hemels, hoeveel genotvoller zult ge dan water putten uit de bronnen van de Zaligmaker?
2.
O, als gij eenmaal iets geproefd had van dat smakelijke koren, waarvan Jeruzalem tot verzadigens toe zwelgt! Wat zoudt ge dan met plezier de lettervretende joden op hun droge korsten laten knauwen! Wat zou ik u graag tot medeleerling hebben in de school van de liefde onder Meester Jezus! O, was het mij maar vergund, het vat van uw hart, na het eerst gezuiverd te hebben, onder de zalving te houden, die alle wijsheid leert.
Hoe graag zou ik met u het warme, dampende brood delen, dat Christus, om zo te zeggen, zo van het vuur haalt en met hemelse mildheid, keer op keer, voor zijn armen breekt. O, wilde God in zijn goedheid ook op mij, pauper, eens een druppel laten druipen van die regen van genaden, die Hij voor zijn erfdeel heeft weggelegd, dan zou ik hem gauw op u laten overdruipen en dan weer op mijn beurt kunnen terug ontvangen van uw gevoelens. Geloof me op mijn eigen ervaring: men leert meer in de bossen dan in de boeken.
De bomen en de rotsen zullen u een wijsheid leren die ge van uw meesters niet zult horen. Zelf zult ge zien, hoe men honing kan zuigen uit een steen, en olie uit de hardste rots. Druipen de bergen geen zoetheid en vloeien de heuvelen niet van melk en honing? Bolsteren de valleien niet over van koren? Er komt me nog heel veel voor de geest, wat ik u zou moeten zeggen: ik kan me dan ook amper inhouden. Gij vraagt echter niet om een les, maar om gebed.
Moge dus de Heer uw hart openen voor zijn wet en zijn voorschriften.
Vaarwel!